Column Jeroen Sanders: Zadelpijn

 

Een zadel is gemaakt om op te zitten en daar is zeker heel lang en veel over nagedacht. Als de prijs van een zadel van een echte kwaliteitsfiets een relatie heeft met de tijd die is besteed aan de productontwikkeling, dan is duidelijk welke inspanningen er zijn geleverd om tot iets fantastisch te komen. Die prijs is voor heel mooie lederen zadels soms bijna net zo hoog als dat technologische hoogstandje dat de versnellingen organiseert.

 

Er zijn wellicht lezers die denken dat die redenatie totaal niet klopt want uiteindelijk wordt zo’n versnellingsgroep in grote aantallen geproduceerd en blijft zo’n zadel echt handwerk, maar mijn ontzag voor technologische verfijning ontneemt mij het begrip voor een zadel.

 

Fietsen betekent dus veel zitten en dat kan enorm vermoeiend zijn. De vooruitgang heeft ervoor gezorgd dat fietsen zelf helemaal niet meer vermoeiend hoeft te zijn want dat kan elektrisch ondersteund, maar dat zitten blijft aandacht vragen. Het is niet zelden gewoon pijnlijk en daar heeft de industrie die dit zelf heeft veroorzaakt, een mooi verdienmodel van gemaakt.

 

Stel: u heeft een mooie meubelzaak met goed ontworpen en vervaardigde zitmeubelen en uw klanten zouden zeggen: “Ik krijg er zo’n pijn van in mijn billen.” U zou zich dood schamen en van alles verzinnen om de klant alsnog comfort te bezorgen. Van die schaamte heeft de fietsverkoper helemaal geen last, ontdekte ik onlangs toen mijn echtgenote die pijnlijke zaak op tafel gooide.

“Dat komt veel voor,” stelde hij. “En dat kunnen we oplossen door uw billen te meten. Nu meteen als u wilt. Nee, uw rok hoeft niet uit, we zijn er zo mee klaar”.

 

Na afloop zag ik hoe je in de fietsbranche van een min een plus maakt. Het ‘meten’ kost een leuk bedragje, het advies is een duur zadel. Het oude zadel zat al op de fiets en is dus helaas voor de fietsverkoper niets meer waard.

 

Waarom is het ons nooit gelukt om 80 procent van onze kopers pijn in de billen te bezorgen?